Kabelladder KHZSP - Sendzimir verzinkt
De kabelladder is vervaardigd uit Sendzimir verzinkte Z275 staalplaat, conform de NBN-EN 10327:2004. De safe working load (SWL) is bepaald aan de hand van test model II conform de norm IEC 61537. Ook de weerstandstesten zijn uitgevoerd in overeenstemming met IEC 61537.
De kabelladder moet gevormd zijn uit stevige open zeskantige profielen met een min. hoogte van 55 mm en een min. breedte van 17 mm, waartussen om de 250 mm, zonder toevoeging van lasmiddel, sporten zijn gelast. De geperforeerde sporten moeten trapeziumvormig, vlak en breed zijn met het oog op een goede kabelondersteuning. Ze moeten voorzien zijn van sleufgaten min. Ø 8,5 x 18 mm voor snelle kabelbevestiging en de assen van de gaten moeten in één lijn evenwijdig aan de zijbomen liggen.
De kabelladders, horizontale bochten, stijgstukken, T- en kruisstukken worden onderling verbonden met rechte koppelplaten. Deze koppelplaten hebben eenzelfde vorm als de zijbomen, zijn min. 300 mm lang en zijn voorzien van twee voorgemonteerde elektrolytische verzinkte zeskant bouten M6 met conische punt.
De koppelplaten hebben twee extra perforaties om een eventuele extra equipotentiaal verbinding met zelftappers mogelijk te maken.
Wanneer de aslijn van de te koppelen ladder afwijkt van de normale aslijn moet men gebruik maken van scharnierende koppelplaten. Deze koppelplaten laten een richtingsverandering in het horizontale en het verticale vlak toe.
Alle hulpstukken, zoals bochten, T-stukken... en ophangsystemen worden verplichtend van hetzelfde fabrikaat als de kabelladders aangewend. De hulpstukken verminderen in geen geval de oorspronkelijke stevigheid en bezitten dezelfde behandeling tegen corrosie als de kabelladders.
Afmetingen:
breedte 200, 300, 400, 500 of 600 mm, lengte 3000 mm
breedte 200, 300, 400, 500 of 600 mm, lengte 4000 mm
breedte 200, 300, 400, 500 of 600 mm, lengte 6000 mm
Safe working load en ondersteuningsafstand:
Het kabelladdersysteem is getest volgens IEC 61537, testmodel II
De ladder moet volgende minimale gelijkmatige verdeelde belasting kunnen dragen, inbegrepen een minimum veiligheidsfactor van 1,7 t.o.v. breuk:
25 kg/m bij een ondersteuningsafstand van 4000 mm;
50 kg/m bij een ondersteuningsafstand van 3000 mm;
130 kg/m bij een ondersteuningsafstand van 2000 mm;
225 kg/m bij een ondersteuningsafstand van 1500 mm.
Ophangsystemen:
De ladders moeten centraal opgehangen worden door middel van een draadstang M10 en een draagconsole. Eerst worden de draagconsoles gemonteerd waarna men de ladders er eenvoudig in klikt. De verplicht gemonteerde profielklemmen verhinderen het zijdelings verschuiven van de ladder.
Bij wandmontage of aan een pendel maakt men gebruik van de klikconsole. Eerst plaatst men de consoles waarna de ladder wordt vast geklikt. De verplicht gemonteerde profielklemmen verhinderen het zijdelings verschuiven van de ladder.

